Inleiding
· Worden weggenomen;
· Beheersbaar worden gemaakt;
· Beheersbaar worden gehouden.
Vijf stappen benadering
Binnen
risicobeheersing kunnen de volgende vijf stappen worden onderscheiden:
De eerste stap bij risicobeheersing is het inventariseren en evalueren van
bestaande en nieuwe risico’s. Hiervoor wordt onder andere gebruik gemaakt van de
Leidraad Maatramp, gemeentelijke inventarisaties, brainstormsessies,
maatschappelijke ontwikkelingen, incidenten buiten de regio en evaluaties van
grootschalige incidenten. Daarbij wordt gekeken naar verschillende soorten
risico’s, zoals (transport) gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ordening,
grootschalige evenementen, verkeer, enz.
Nadat de risico’s geďnventariseerd en geëvalueerd zijn wordt de gemeente geadviseerd welke maatregelen mogelijk zijn, hier zijn globaal de volgende mogelijkheden voor:
1) Stopzetten
Deze optie is vooral van toepassing op risico’s met een grote kans van optreden, gekoppeld aan een potentieel grote schade.
2) Accepteren
De inspanning en kosten die nodig zijn om risico’s met een kleine kans van optreden en een geringe potentiële schade te verkleinen, weegt veelal niet op tegen de schadeomvang van deze incidenten. Wel is het van belang dit type risico te blijven monitoren, aangezien kans en/of omvang zou kunnen toenemen.
3) Verplaatsen
Risico’s met een kleine kans van optreden, gekoppeld aan een potentieel hoge schade kunnen het beste worden verplaatst of overgedragen. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een LPG-tankstation uit de bebouwde kom.
4) Treffen van beheersmaatregelen
Als voorbeelden kunnen genoemd worden:
· Het toepassen van preventieve voorzieningen, zoals brandwerende scheidingen, sprinklerinstallaties en onbrandbare isolatiematerialen;
· Een structureel en stringent controle- en handhavingsbeleid;
· Het in overleg met bedrijven anders organiseren van bedrijfsprocessen;
· Het beschikbaar hebben van ruimtelijke brandweerinformatie, zoals bereikbaarheidskaarten en aanvalsplannen;
· Het beschikbaar hebben van actuele informatie op de Gemeenschappelijke Meldkamer Zwolle;
· Zorgvuldige voorbereiding op incidenten door mono- en multidisciplinaire geoefendheid.
In de praktijk zal vaak een mix van bovenstaande beheersmogelijkheden worden geadviseerd. Na de advisering vindt uiteindelijk de implementatie (uitvoering) en monitoring (controle) plaats. Daarna begint de cyclus opnieuw.
Takenpakket en activiteiten
· Risico-inventarisatie en –evaluatie;
· Het formuleren van (regionaal) beleid over het veiligheidszorgniveau;
·
Advisering op het gebied van
risicobeheersing bij Ruimtelijke Ordening. (Hierbij kan gedacht worden aan grote
infrastructurele
projecten, zoals tunnels, (spoor)wegen, nieuwe
woonwijken en industrieterreinen;
· Advisering over risicobeheersing bij grootschalige evenementen;
· Advisering in het kader van het Vuurwerkbesluit;
· Advisering over routering transport Gevaarlijke Stoffen;
· Wettelijke advisering in het kader van de Wet Milieubeheer.
In de praktijk betekent bovenstaand takenpakket en activiteiten een samenwerking tussen de gemeentelijke brandweer en de Brandweer Regio IJssel-Vecht.
Voor wie?
De coördinatie van de voorbereiding op de bestrijding van rampen en zware ongevallen is neergelegd bij de brandweer, maar primair ligt de (eind-) verantwoordelijkheid bij het gemeentebestuur.
Het cluster rampenbestrijding bij de brandweer Kampen heeft de taak om zowel de gemeenten als de eigen organisatie voor te bereiden op rampen en grote incidenten. Hiertoe stelt het cluster samen met de Brandweer Regio IJssel-Vecht diverse plannen op, zoals het regionaal beheersplan rampenbestrijding en het regionaal model voor gemeentelijke rampenplannen en draaiboeken. Daarnaast organiseert het cluster samen met de Brandweer Regio IJssel-Vecht bestuurlijke oefeningen voor de gemeentelijke rampenstaf van de gemeente Kampen.
Wat is een ramp?
Wanneer spreken we van een
ramp? Kort gezegd kan je stellen dat een ramp een ernstige verstoring van de
openbare veiligheid is. Het leven en gezondheid van velen worden in ernstige
mate bedreigd of geschaad. Of er staan grote materiële belangen op het spel.
Denken in termen van rampen vraagt om een zeker inlevingsvermogen, vooral omdat
rampen en grote incidenten zich in het dagelijks - gelukkig - meestal maar
weinig voordoen. Het gaat hierbij vaak om risico’s met een kleine kans dat ze
zich voordoen, maar waarvan de gevolgen zeer groot kunnen zijn.
Om een ramp te bestrijden is een gecoördineerde inzet van verschillende diensten en organisaties nodig. Dit zijn de politie, de brandweer, de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) en de gemeente(n). Afhankelijk van de aard van de ramp zullen ook andere organisaties betrokken zijn bij de bestrijding ervan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hoogheemraadschap, rijkswaterstaat, de Nederlandse Spoorwegen, het waterleiding- of elektriciteitsbedrijf.
Regionaal Beheersplan
Rampenbestrijding
Sinds de rampen in Enschede
en Volendam staat de rampenbestrijding hoger op de politieke agenda. Zo stelt de
Wet Kwaliteitsbevordering Rampenbestrijding, die per 1 juli 2004 in werking is
getreden, een meerjarig regionaal beheersplan voor rampenbestrijding (RBR)
verplicht. Uitgangspunt van het RBR is de gezamenlijke voorbereiding op
mogelijke rampen en zware ongevallen door regionale hulpdiensten en overheid.
Het RBR wordt iedere vier jaar geactualiseerd.
Bestuurlijke oefenen
De gemeentelijke rampenstaf, dat wil zeggen het
gemeentelijk beleidsteam en het gemeentelijk managementteam, is tijdens een ramp
of groot incident een volwaardig partij in de bestrijding ervan. In
tegenstelling tot de hulpverleningsorganisaties wiens dagelijkse werk lijkt op
de taken die ze uit moeten voeren tijdens rampen en incidenten, wijken de
dagelijkse activiteiten van gemeentelijke functionarissen veelal af van de taken
die zij tijdens rampen en incidenten moeten doen. Om de gemeenten goed voor te
bereiden op hun functioneren tijdens rampen en incidenten worden door de
brandweer Kampen in samenwerking met de Regionale Brandweer IJssel-Vecht
bestuurlijke oefeningen georganiseerd. De oefeningen zijn papieren oefeningen en
zijn gebaseerd op een fictief rampscenario. Tijdens de oefeningen staat het
nemen van beleidsbeslissingen in het licht van een geënsceneerde ramp en het
houden van overleg centraal. Deelnemers worden beoordeeld op hun kennis over de
relevante processen uit het gemeentelijk rampenplan en hun daadkracht om de
gevolgen van de (fictieve) ramp zo adequaat mogelijk op te lossen.
Grootschalig Optreden
Het grootschalig optreden is regionaal
georganiseerd. De regionale organisatie komt in werking bij een bericht waarbij
meerdere eenheden van verschillende groepen moeten tezamen (multidisciplinair)
optreden, bijvoorbeeld bij het bestrijden van bijzondere en grote branden,
ongevallen op rijkswegen of met tankwagens, incidenten met spoorwagons of in de
industrie.
Zoals de term al doet vermoeden, zijn bij grootschalig optreden veel manschappen en personen betrokken. Hierdoor is bij dergelijke inzetten een andere organisatie en samenwerking tussen de verschillende eenheden vereist, dan bij kleine incidenten (bijvoorbeeld een middelbrand). Ook maakt men bij grootschalig optreden gebruik van andere en vooral zwaardere of specialistische hulpmiddelen. Voorbeelden hiervan zijn dompelpompen, hoge druk hefkussens, hydraulische spreiders en scharen en het lokaliseertoestel.
Het gebruik van deze technische hulpmiddelen en het functioneren in een groter organisatie- en samenwerkingsverband vereist andere kennis en vaardigheden. Het cluster preparatie (Zowel gemeentelijk als regionaal ) zorgt voor de opleiding en oefening van de brandweermensen, zodat zij op een verantwoorde wijze deel kunnen nemen aan het grootschalig optreden.