Toeters & bellen

Toeters & Bellen

 

De laatste tijd komen er nogal wat vragen binnen waarom hulpverleningsvoertuigen ’s nachts hun optische en akoestische geluidsignalen gebruiken terwijl het rustig is aan de weg. In onderstaande tekst proberen we daar uitleg over te geven.

 

In het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) staat dat motorvoertuigen van brandweer, politie en ambulances blauw zwaailicht en sirene voeren om kenbaar te maken dat zij een dringende taak moeten vervullen. Deze zogenaamde optische en akoestische signalen mogen alleen gevoerd worden wanneer er sprake is van een prioriteit 1 uitruk. Dit is ondermeer het geval bij binnenbranden en ongevallen waarbij mensen zijn betrokken. Wanneer zowel het blauwe zwaailicht als de sirene tezamen worden gevoerd mag het voertuig zich als voorrangsvoertuig door het verkeer begeven. Zodra dus één van beide signaleringen niet worden gevoerd is er dus geen sprake meer van een voorrangsvoertuig en moeten de normaal geldende verkeersregels in acht worden genomen. Daarom is zowel overdag als ’s nachts het gebruik van alleen het zwaailicht niet voldoende en moet tevens de sirene worden gebruikt. Hierbij geldt het principe dat beide signaleringen de gehele rit worden gevoerd, dit ook om eventuele schrikreacties van overige verkeersdeelnemers te voorkomen. Ook moet men er rekening mee houden dat een brandweervoertuig van gemiddeld 14 ton een langere remweg nodig heeft om acuut te remmen dan een personenauto van 1000 kg. Brandweerchauffeurs die ingezet worden bij een dringende taak en dus met optische en geluidsignalen mogen rijden, zijn per 1 juli 2007 verplicht om het rijksdiploma brandweerchauffeur te hebben.

 

Hieronder staan nog enkele prioriteitstellingen weergegeven. Zodat u een indicatie heeft

 

Prioriteit 1

Een uitruk waarvan de alarmcentrale vindt, dat er sprake is van een dringende taak

Enkele voorbeelden hiervan zijn:

 

* Binnenbranden

* OMS meldingen  (automatisch brandalarm denk aan bejaardentehuizen, scholen en gebouwen)

* Ongevallen

* Gevaarlijke stoffen

* Waterongevallen

 

Prioriteit 2

Een uitruk zonder dringende taak, maar met een noodzaak om ter plaatse te komen waarbij

Gebruikt gemaakt mag worden van diverse verkeersvrijstellingen. Wel kan overwogen worden tussen de bevelvoerder en de AC om tijdens het aanrijden op te schalen naar prio1.

Enkele voorbeelden kunnen zijn:

 

*Containerbranden

*Buitenbranden

*Dieren te water

*Water / weer overlast

*Personen vast in lift

 

Prioriteit 3

Een uitruk waarbij het voertuig zich geheel dient te houden aan alle verkeersregels die ook

Voor alle overige weggebruikers gelden.

Enkele voorbeelden kunnen zijn:

 

* Wegdek reinigen

* Buitensluitingen

* Opleidingen / trainingen